Mediation Rotterdam
spacer
 



NMI logo

Rotterdamse Mediators Associatie

Nederlandse MediatorenVereniging

 

T: 010 842 35 38
M: 06 42 46 88 73
E-mail

 

NIEUWS


Nieuw kantoor!
Per 1 januari 2018:

De Fabriek van Delfshaven, bedrijfsverzamelpand
Mathenesserdijk 412-K
3026 GV Rotterdam


De Fabriek van Delfshaven

***

DICK ALLEWIJN EERSTE BIJZONDER HOOGLERAAR MEDIATION
Advocatenblad, 21 maart 2017

Dick Allewijn (1952) is per 1 april 2017 benoemd tot bijzonder hoogleraar Mediation aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij wordt hiermee de eerste bijzonder hoogleraar Mediation van Nederland. De jurist van de toekomst geeft niet alleen vorm aan de rechtsstrijd, maar ook aan de rechtsvrede en kan zijn clinten bijstaan in het voorkomen, hanteren en oplossen van conflicten, aldus Allewijn. De bijzondere leerstoel is ingesteld door Mediatorsfederatie Nederland (MfN) en het Centrum voor Conflicthantering (CvC, opleidingsinstituut mediation). Tot het takenpakket van bijzonder hoogleraar Mediation behoren het ontwikkelen en verzorgen van onderwijs op het gebied van mediation binnen de afstudeerrichting Conflicthantering, Rechtspraak en Mediation van de masteropleiding Rechtsgeleerdheid, onderzoek en het begeleiden van promotieonderzoek. Dick Allewijn (1952) is oud-rechter en oud-bestuurslid van de rechtbanken Den Haag en Amsterdam. Hij is lid van het College van Beroep van de tuchtrechtspraak voor mediators en voert sinds 2000 zijn eigen mediationpraktijk te Den Haag.

                   
 
































































25-10-2014
Mediation
in de verzekeringsbranche groeit Mediation speelt een steeds grotere rol bij het oplossen van conflicten in allerlei branches. Er is wetgeving op komst, die mediation misschien wel tot hoofdregel maakt, zodat procederen beperkt wordt tot kwesties waar partijen met geen mogelijkheid een oplossing weten te bereiken en precedent kwesties, zo meldt de Nederlandse Vereniging van Mediators in de Verzekeringsbranche (NVMV). De NVMV heeft een boekje gemaakt over mediation in de verzekeringswereld. Aanleiding volgens de vereniging is de toegenomen aandacht voor mediation. De NVMV schrijft: Er is al een aanbeveling van het Verbond van Verzekeraars, om het mediationtraject in te gaan, als de afhandeling van personenschade kwesties langer dan drie jaar heeft geduurd. Ook de KiFiD Ombudsman kan sinds de invoering van het nieuwe reglement op 1 oktober 2014 partijen verwijzen naar een KiFiD mediator indien hij meent dat de kwestie zich leent voor oplossing via mediation. Het eerste exemplaar van het mediationboek werd onlangs door auteur en NVMV voorzitter Bart Neervoort aangeboden aan Richard Weurding, directeur van het Verbond van Verzekeraars. In het boekje wordt onder andere uitgelegd wat mediation is, hoe het werkt, wat het verschil is met andere vormen van geschiloplossing en waarom mediation in de verzekeringsbranche in opkomst is. Het boek is te bestellen bij de NVMV.

Bron: amweb.nl


03-10-2014
Geen proeftijd in korte tijdelijke contracten
 

In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die 6 maanden of korter duurt, mag vanaf 1 januari 2015 geen proeftijdbeding meer worden opgenomen. Als toch een proeftijdbeding wordt opgenomen in een tijdelijk contract van 6 maanden of korter, dan is die proeftijd nietig (het beding geldt niet). Proeftijd Een proeftijd is bedoeld om werkgevers n werknemers gedurende een korte tijd in de gelegenheid te stellen om te ondervinden of de kandidaat voor een bepaalde functie geschikt is, of hij in het team past en of hij de kennis en ervaring die hij zichzelf tijdens de sollicitatieprocedure heeft toegedicht ook daadwerkelijk kan waarmaken. Hoe kan het gemis van die mogelijkheid bij korte tijdelijke contracten worden opgevangen? Sluit een tijdelijk contract van zes maanden en n dag af en neem daarin een proeftijd van een maand op. In tijdelijke arbeidsovereenkomsten van meer dan zes maanden mag zoals dat nu nog voor alle tijdelijke arbeidscontracten geldt wel gewoon een proeftijd worden opgenomen. Begin met een heel kort tijdelijk arbeidscontract Een tijdelijke arbeidsovereenkomst kent geen minimale omvang en mag dus ook voor de duur van bijvoorbeeld n of twee maanden, of zelfs voor de duur van n of twee weken, overeengekomen worden. Door eerst een korte arbeidsovereenkomst aan te gaan, kan die periode worden gebruikt om te onderzoeken of de werknemer voldoet aan de verwachtingen. Let op! Een korte tijdelijke arbeidsovereenkomst is niet hetzelfde als een proeftijd. Tijdens de proeftijd mag het dienstverband met onmiddellijke ingang worden opgezegd. Bij een tijdelijk contract kan dat niet. Het dienstverband zal dan gewoon uitgediend moeten worden. Neem de nieuwe werknemer eerst aan op basis van een uitzendovereenkomst In een uitzendovereenkomst kan een schriftelijke bepaling worden opgenomen een uitzendbeding - waarin staat dat de overeenkomst per direct eindigt als de inlener dat wil. Deze overeenkomst kan ten hoogste 26 weken duren. In feite kan met deze regeling een proeftijd van een half jaar worden bewerkstelligd. Het inhuren van een uitzendkracht is natuurlijk wel duurder dan het rechtstreeks contracteren met een werknemer. De kosten zullen in dit geval dus tegen de baten moeten worden afgewogen. Contracteer vr 1 januari 2015 De nieuwe regels voor flexibele arbeid (met uitzondering van de wijzigingen in de ketenregeling) gaan per 1 januari 2015 in. Als vr 1 januari 2015 wordt gecontracteerd, dan gelden de oude regels en mag dus gewoon een proeftijd in een kort tijdelijk contract worden opgenomen. Sluit een tijdelijk arbeidsovereenkomst zonder vaste einddatum Als een tijdelijk arbeidscontract wordt aangegaan voor bijvoorbeeld de vervanging van een zieke werknemer, dan mag ongeacht de (verwachte) duur van dit contract wel een proeftijd worden overeengekomen. Let op! Het aangaan van dit soort contracten brengt ook risicos met zich mee. Het einde van het contract moet helder geformuleerd worden n het einde moet eenduidig te bepalen zijn. Ook moet het einde objectief bepaalbaar moet zijn; het mag niet afhangen van de wil van een van de partijen. Wordt daaraan niet voldaan, dan kan dat tot vervelende discussies leiden. Bron: hetarbeidsrechtkantoor.nl







Nieuwe berekening kinderalimentatie vastgesteld

Arnhem, 15-2-2013 

Voor het berekenen van kinderalimentatie gelden met ingang van 1 april 2013 nieuwe richtlijnen. De voornaamste verandering is de invoering van een draagkrachttabel, waarmee eenvoudig vastgesteld kan worden hoeveel de ouders kunnen bijdragen aan de kosten van de kinderverzorging. Daarmee komt een einde aan eindeloze discussies over wat de kinderen kosten en wat de onderhoudsplichtige ouder kan missen. Nieuw is ook dat ouders met een omgangsregeling minder alimentatie betalen naarmate ze meer voor hun kinderen zorgen.

Beter aansluiten

De werkgroep alimentatienormen van de Rechtspraak wil met de nieuwe regels beter aansluiten bij de maatschappelijke realiteit. De huidige regels zijn afgestemd op traditionele gezinnen, bestaande uit zorgende moeders en werkende vaders. Tegenwoordig hebben vaak beide ouders zowel werk- als zorgtaken. Om daar rekening mee te kunnen houden, introduceerde de werkgroep onlangs de uitgangspunten voor een nieuw berekeningssysteem. Die zijn verder uitgewerkt in het Rapport alimentatienormen 2013-2, dat 15 februari is gepubliceerd.

Minder strijd

De nieuwe uitgangspunten maken de procedure eenvoudiger. Er is minder ruimte voor strijd over wat de alimentatiebetalende ouder moet bijdragen, maar naar eigen zeggen niet kan missen. “Onderhoudsplichtige ouders voeren alle mogelijke kosten op, van woonlasten, zorg- en levensverzekeringspremies en omgangskosten tot reiskosten aan toe”, zegt Annemarieke Roelvink-Verhoeff, voorzitter van de werkgroep alimentatienormen. “Rechters moeten zich daar allemaal in verdiepen en over elk punt een beslissing nemen. Bij kleine wijzigingen is weer een nieuwe uitspraak nodig. Daar willen we vanaf. Daarom draaien we de rollen om. Straks is niet meer ieders specifieke situatie de maatstaf voor het vaststellen van de draagkracht, maar algemene regels voor een redelijk uitgavenpatroon: wie dit bedrag verdient, kan zoveel uitgeven aan de kinderen. Wil een van de ouders daarvan afwijken, dan zal hij met goede argumenten moeten komen.”

Behoefte van de kinderen

Ook de behoefte van de kinderen wordt vastgesteld aan de hand van tabellen. Door het totale gezinsinkomen vóór de scheiding daarin op tezoeken, wordt duidelijk hoeveel geld normaal gesproken aan de kinderen besteed zou moeten worden. Het kindgebonden budget – een inkomensafhankelijke overheidsbijdrage die de verzorgende ouder naast de kinderbijslag ontvangt – werd daarbij tot voor kort buiten beschouwing gelaten. Met ingang van dit jaar is dat veranderd. Dat kan tot gevolg hebben dat minder alimentatie betaald hoeft te worden.

Zorgcompensatie

Wat de afzonderlijke ouders na de scheiding maximaal bijdragen in de kosten, wordt berekend door ieders netto-inkomen op te zoeken in de nieuwe draagkrachttabel. De alimentatiebetalende ouder met een omgangsregeling kan in aanmerking komen voor een zogeheten zorgkorting van 15 tot maximaal 35 procent. Hij betaalt dan immers al een deel van de verzorging in natura, op de dagen dat de kinderen bij hem zijn.

Aanvaardbaarheidstoets

Mocht de berekende alimentatie toch te hoog uitvallen, bijvoorbeeld doordat de onderhoudsplichtige ouder schulden moet afbetalen, dan past de rechter een aanvaardbaarheidstoets toe. “Maar we zijn daar wel streng in”, zegt Roelvink. “De onderhoudsplichtige ouder moet zelf aannemelijk maken dat hij het berekende bedrag niet kan betalen.”

Voor- en nadelen

Een voordeel van het nieuwe systeem is dat ouders zelf aan de hand van tabellen kunnen berekenen hoeveel ze ongeveer moeten bijdragen aan de verzorging van hun kinderen. “De uitkomst van de procedure wordt minder onzeker”, zegt Roelvink. “Dat is van belang als ouders nieuwe financiële verplichtingen willen aangaan, bijvoorbeeld voor de aankoop van een huis.”
De bijdrage die de verzorgende ouder van de ex-partner ontvangt kan wel lager uitvallen wanneer het kindgebonden budget wordt meegerekend en de ex recht heeft op zorgkorting.

In de praktijk

De nieuwe richtlijnen gelden voor alimentaties die na 1 april worden vastgesteld of gewijzigd. Wie precies wil weten hoe de kinderalimentatie wordt berekend, kan doorlinken naar een webcollege waarin dat stap voor stap wordt uitgelegd, geïllustreerd met enkele concrete voorbeelden.

Bron: De Rechtspraak



Niet meewerken aan mediation: consequenties?

Op 16 februari 2012 heeft de sector kanton van de Rechtbank Zwolle een interessante uitspraak gedaan over de consequenties van het niet meewerken aan een mediation (Rechtbank Zwolle, 16 februari 2012, LJN: BV6626). 

Wat is de zaak?
In deze zaak gaat het om een werknemer die volledig arbeidsongeschikt wordt verklaard wegens ziekte. Een verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer is bij beschikking afgewezen. 

De bedrijfsarts vermeldt in haar rapport dat de redenen van verzuim een arbeidsconflict, ziekte en psychische belasting zijn en dat werkhervatting in de eigen functie niet is te verwachten. Ten aanzien van de ‘arbeidsverhoudingen’ stelt de bedrijfsarts mediation voor, overwegende dat de werknemer in staat wordt geacht mee te doen aan mediation. 

Er is getracht mediation op te starten, maar dat is mislukt omdat partijen het  o.a. niet eens konden worden over de condities van de mediation. Drie maanden later wordt er weer een poging gedaan om mediation op te starten. Ook dit keer mislukt dit vanwege het gebrek aan overeenstemming. 

Werkgever zet de loondoorbetalingen van werknemer stop met een beroep op art. 7:629 lid 3 aanhef en onder b BW,  dat bepaalt dat een werknemer geen recht heeft op loondoorbetaling ‘voor de tijd, gedurende welke door zijn toedoen zijn genezing wordt belemmerd of vertraagd.’ Volgens werkgever weigert werknemer ten onrechte mee te werken aan mediation. 

De kantonrechter dient zich in deze zaak dus te buigen over de vraag of werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer zijn genezing heeft vertraagd of belemmerd door het weigeren van mediation. 

Overwegingen kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat van vertraging of belemmering van het herstelproces ook sprake kan zijn indien de werknemer mediation weigert, mits voldaan aan een aantal voorwaarden:
A  - mediation is, gegeven de aard van het conflict, een aangewezen route 
B  - aannemelijk is dat (het resultaat van) mediation het herstel van de werknemer zal bevorderen 
C  - van de werknemer deelname aan mediation in redelijkheid kan worden gevergd 

De kantonrechter overweegt dat de aard van het conflict zich voor mediation leent (voldaan aan voorwaarde A). De kantonrechter laat in het midden of het standpunt van de werknemer juist is dat zijn (persoonlijke) deelname aan mediation van hem in redelijkheid, vanwege gestelde medische beletselen, niet kan worden gevergd (voorwaarde C). 

Partijen hebben een sterk verschil van inzicht met betrekking tot het functioneren van werknemer, en de oorzaken die ertoe hebben geleid dat het aanvankelijke plan tot overname van de ondernemingen van de werkgever niet is gerealiseerd. De onderlinge verhoudingen zijn danig verstoord. Of mediation de genezing zal bevorderen is, bij gebreke van een gesteld en aannemelijk bevonden redelijk perspectief op een gehele of gedeeltelijke oplossing van het conflict, daarom zeer de vraag. Dit betekent dat aan voorwaarde B niet is voldaan. 

Uitkomst
De slotsom is volgens de kantonrechter dat het beroep van werkgever op de weigeringgrond moet worden verworpen, waardoor de werknemer recht heeft op loonbetaling.


Artikel: Esther Gathier, Manager Regelgeving & Platform

 

Advocaat schendt geheimhoudingsplicht uit mediationovereenkomst: tuchtklacht gegrond, waarschuwing PDF Afdrukken
12 juli 2011

Deze tuchtklacht, waarop is beslist d.d. 27 juni 2011, gaat om het optreden van de advocaat van een wederpartij. Uitgangspunt is dat aan die advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem passend voorkomt, maar wat is passend, zijn er grenzen of geldt... it's all in the eye of the beholder.

'Deze vrijheid mag niet ten gunste van de tegenpartij worden beknot, tenzij diens belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad', stelt de raad formeel vast. Is dit het geval als de geheimhoudingsplicht die uit een mediationovereenkomst voortvloeit wordt geschonden?  

Uit de beoordeling:

5.2       Uit de aan de raad overgelegde stukken blijkt dat in de mediationovereenkomst omtrent de geheimhouding onder meer is bepaald:

„(4.1) Mediatior en de Partijen verplichten zich zonder enig voorbehoud tot de geheimhouding zoals omschreven in artikel 7 en 10 van het Reglement.

           Artikel 7.1 van het NMI Mediationreglement 2008 bepaalt:

„(7.1) De partijen doen aan derden – onder wie begrepen rechter of arbiters – geen mededelingen omtrent het verloop van de Mediation, de daar door de bij Mediation aanwezige personen ingenomen standpunten, gedane voorstellen en de daarbij mondeling of schriftelijk, direct of indirect, verstrekte informatie.“

5.3       Verweerder heeft in de gerechtelijke procedure op 16 augustus 2010 een verweerschrift ingediend waarin onder meer is vermeld:

„(2.1) (…) De mediation heeft ook plaatsgevonden en is succesvol afgerond. Als productie 1 wordt overgelegd een kopie van de brief van A. waaruit dit blijkt.“

Bij het verweerschrift was niet alleen de brief van A. gevoegd, maar ook het daaraan gehechte gespreksverslag d.d. 11 augustus 2009.

5.4       Desgevraagd heeft verweerder tijdens de mondelinge behandeling van de raad verklaard dat het gespreksverslag van 11 augustus 2009 informatie bevat die enkel uit het gespreksverslag naar voren is gekomen, nu in dit verslag is opgenomen de zin:

“X  geven aan dat zij duidelijk minder geluidsoverlast ervaren en dat het geluid voor hen nu acceptabel is”.

5.5       De raad overweegt dat de geheimhoudingsplicht die uit de mediationovereenkomst voortvloeit een verplichting zonder enig voorbehoud is. Verweerder was in zijn hoedanigheid van advocaat van zijn cliënten evenals zijn cliënten gebonden aan die geheimhoudingsplicht. Verweerder heeft de geheimhoudingsplicht geschonden door de brief van A., in het geding te brengen met daarbij gevoegd het gespreksverslag d.d. 11 augustus 2009, waarin informatie was opgenomen die enkel in het mediationtraject naar voren was gekomen. Door op deze wijze de geheimhoudingsplicht te schenden heeft verweerder de grenzen van de aan hem toekomende vrijheid overschreden en zich derhalve niet gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt.

Vervolgens verklaart de raad de klacht gegrond en acht een enkele waarschuwing een passende maatregel.

YA1773 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 258 - 2010